Kim Jonk

opleiding: Docent Muziek, Hogeschool Leiden

werk: Docent Theater & Muziek, cultuurcoördinator én zangers

jouw grootste energiebron in één zin: “Als juist de leerlingen die eerst het meeste in de weerstand zitten tóch enthousiast worden.”

> zie jij jezelf meer als docent of als maker? 

Ik vind het leuk om anderen iets te leren en mijn interesses over te brengen. Ik sta ook graag op het podium. Ik maak er op dit moment weinig tijd voor vrij, maar zou niet zonder optreden kunnen. Optreden zorgt voor inspiratie en nieuwe ideeën, waardoor je jezelf blijft ontwikkelen. Juist de combinatie is leuk.

 

> had jij het altijd al in je om Docent Theater & Muziek te worden?

Als kind zei ik: later word ik juf. Maar muziekdocent? Dat lag niet voor de hand. Dans was mijn eerste passie. Ik deed de vooropleiding Lucia Marthas, daarna de hbo-opleiding tot dansdocent. Door een zware blessure moest ik stoppen. Mijn wereld viel stil. Mijn moeder kwam met het idee van het conservatorium. Ik werd boos – ik kon geen noot lezen en speelde geen instrument. Toch besloot ik het te proberen. Drie maanden nam ik bijles, maar bij de toelating bleek dat niet genoeg. Ze adviseerden een vooropleiding. Dat wilde ik niet: het was nu of nooit. Ik ging keihard oefenen en werd uiteindelijk toegelaten op motivatie. Het zou zwaar worden, zeker zonder muzikale basis. Maar als ik iets écht wil, ga ik ervoor. Uiteindelijk was ik de enige uit mijn jaar die de opleiding in vier jaar afrondde.

 

> hoe heb je de opleiding ervaren?

Op de open dag kwam ik erachter dat het een antroposofische opleiding is. Ik kende dat niet, maar het sprak me aan. De dansacademie is gedisciplineerd en best competitief, antroposofie is zo ongeveer het tegenovergestelde. Ik kwam in een warm bad terecht en er ging een wereld voor me open. Mensen van alle jaren hadden contact met elkaar en soms ook samen les. Iemand uit jaar vier zei meteen: “Trek maar aan de bel, als ik je ooit ergens mee kan helpen.” Ik wist niet wat ik hoorde. Ik leerde hoe leuk het kan zijn om samen te werken en elkaar te versterken.

 

“Ik wist dat er meer dan genoeg werk in de kunst- en cultuursector is. En als het er niet is, zorg ik er zelf wel voor. Dat heb ik uiteindelijk ook gedaan, door zang- en musicallessen op te zetten in een wijkcentrum.”

Kim met een leerling

> wat vond je omgeving van je keuze voor de kunsten? 

Vooral toen ik nog danste, vroegen mensen vaak: “Hoe ga je daar geld mee verdienen? Is daar wel werk in?” Ik wist dat er meer dan genoeg werk in de kunst- en cultuursector is. En als het er niet is, zorg ik er zelf wel voor. Dat heb ik uiteindelijk ook gedaan, door zang- en musicallessen op te zetten in een wijkcentrum. Ik ben nu 2,5 dag in loondienst, de rest doe ik als freelancer. Toen ik alleen nog freelancewerk deed, vond ik dat best zwaar. Je hebt meer onzekerheid en je moet steeds op zoek naar nieuwe projecten. Nu heb ik een goede basis en de vrijheid om dingen te doen die ik leuk vind. 

 

> hoe was het om voor het eerst voor de klas te staan?

Ik heb daarin moeten groeien. Ik was altijd wel comfortabel met voor een groep staan, maar door de overgang van dans naar muziek, vond ik de eerste stage spannend. Toen ik wat meer didactische tools had en het vak Muziek zelf wat beter begreep, voelde ik me vrij snel comfortabel als muziekdocent. Doordat ik meteen veel ging werken en doen, groeide mijn vertrouwen.

 

> wanneer denk je: hier doe ik het voor?

Kinderen die roepen: ‘Ja, we hebben muziek!’ Kinderen die ziek zijn, maar toch naar musicalles komen, omdat ze het zo leuk vinden. Kinderen die alleen naar musicalles komen en met nieuwe vrienden de deur uit gaan. Er is een meisje dat ik echt heb zien groeien. Ze was zes toen ze begon. Ze stond in het begin op haar shirt en haar haren te kauwen van onzekerheid. Nu is ze tiener en geef ik haar nog steeds les. Ze durft zichzelf helemaal te laten zien. Ik vind het prachtig dat dat in mijn les is gebeurd. 

 

“Ik vind dat kinderen in aanraking moeten komen met muziek, kunst en cultuur. Wat we in de muziek- en theaterlessen doen, geeft zelfvertrouwen en skills die ze bij andere vakken ook kunnen gebruiken.”

Leerling met piano

> waarom is dit vak juist nu belangrijk?

Het vak is altijd belangrijk. Ik vind dat kinderen in aanraking moeten komen met muziek, kunst en cultuur. Wat we in de muziek- en theaterlessen doen, geeft zelfvertrouwen en skills die ze bij andere vakken ook kunnen gebruiken. En wie weet plant ik bij iemand een zaadje om er meer mee te doen. Op school krijgen ze vooral veel theorie. Ik zou willen dat er meer kunstvakken worden gegeven. We zijn zo bezig met hoe we die theorievakken leuker kunnen maken. Als je nou wat meer leuke kunstvakken geeft, is er meer balans en hoeft dat helemaal niet. 

 

> wat betekent jouw werk voor je leerlingen? 

Ik ging in mijn vrije tijd naar een dansschool toe, omdat ik dat zo graag wilde. Niet iedereen heeft die kans. Daarom vind ik het belangrijk dat ze op school in ieder geval iets van kunst en cultuur meekrijgen. De musicallessen in het wijkcentrum zijn voor de leerlingen een uitlaatklep. Iets om energie van te krijgen. Een manier om met vrienden iets leuks te doen of juist om nieuwe vrienden te maken. Zoveel kinderen komen in hun eentje naar musicalles en ontmoeten allemaal nieuwe mensen. Als ik aan het eind van de les hoor dat kinderen die elkaar niet kenden samen iets afgesproken hebben, word ik daar heel blij van. 

 

> wanneer is jouw missie als kunstvakdocent geslaagd?

Als kunst net zo’n belangrijke plek krijgt als geschiedenis, wiskunde en Nederlands. Er is namelijk genoeg onderzoek dat bewijst dat het net zo belangrijk is. Dat kinderen er naast school, maar zeker ook op school plezier aan beleven. En dat sommigen kiezen voor hetzelfde pad als ik. Als een meisje zegt: Ik ga auditie doen, omdat ik wil doen wat jij doet. Zeg ik: Doen! En geef ik tips. Het is toch fantastisch dat zij het uiteindelijk ook weer kan doorgeven?!

 

> wat wil jij meegeven aan toekomstige kunstvakdocenten? 

Ga het doen, strijd voor de kunsten en draag je passie over. De opleiding kan zwaar zijn. Je gaat denken: ik red het niet, ik kan het niet, ik weet het niet. Toch moet je bij jezelf de motivatie en discipline vinden om door te zetten. Je wilt dat jouw leerlingen dat ook weer doen straks.